De Unie van Utrecht | Aan het volk van Nederland | Grondwet van de Bataafse Republiek | Ontwerp-grondwet voor een nieuwe Republiek
Allegorie op een goed bestuur (schilderij van Ambrogio Lorenzetti) verbeeldthet burgerhumanisme: publieke eendracht en sociale harmonie
Introductie | terug
Op
deze site kunt u informatie vinden over het republikeinse gedachtengoed.
Het grootste deel van de tekst bevat een historisch overzicht van
democratie, republikanisme en actief burgerschap (burgerhumanisme).
U wordt meegevoerd naar het democratische
Athene van Solon en het republikeinse
Rome van Cato; naar de Nederlandse Opstand van
1566, de Franse Revolutie van 1789
en de Fluwelen Revolutie van 1989; en
naar de huidige crisis van de politiek in tijden van ingrijpende economische
globalisering. Ieder hoofdstuk biedt voldoende links om verder
te studeren.
Per episode zijn in totaal bijna 100 belangrijke documenten verzameld, van Aristoteles' Politica tot Daniel Cohn-Bendit, van het Plakkaat van Verlatinghe tot de Grondwet van de Bataafse Republiek, van Cato's Monosticha tot Rousseau's Sociaal Contract, over tolerantie, vrijheid en humanisme. Lees historische verslagen: aantekeningen van topbesprekingen, dagboekfragmenten, grote redevoeringen, debatten, rapporten van geheime diensten, etc., etc.
"The
human ideal associated with the republic was the citizen (cives;
cittadino). Citizenship established a bond between the respublica
and its members and conferred rights and duties upon the latter. Entrusted
with the rule of the republic, the citizen was expected to set aside
his private interests and to devote himself to the common good and
to work for the peace and the prosperity of his city." (Mikael
Hörnqvist over de burgerrepubliek Florence)
Maiestas populi salutem | terug
In deze tijd van politieke vernieuwing is het leerzaam om terug te grijpen naar de grote republikeinse hervormers van ons land.
Nederlandse republikeinse traditie heeft haar wortels in het verzet van (lagere) edelen, de burgerij en het volk tegen de Bourgondische en Habsburgse heersers in de 15e en 16e eeuw.
Aanvankelijk paste het verzet binnen het patroon van de Hoekse en Kabeljauwse tegenstellingen in het land. De Kabeljauwse partij steunde de elite; Bourgondische en Habsburgse bureaucraten en stedelijke regenten. De Hoekse partij streed voor de vrijheden van de lagere adel en de burgerij.
Een oudeHoekse adelijke familie was Van Brederode, woonachtig in Vianen. Dit stadje aan de Lek had een lange traditie van verzet tegen het centrale gezag dat zetelde in Utrecht. De graven van Van Brederode had het daarbij steeds opgenomen voor de lokale vrijheden en rechten, tegen de aanspraken van de bisschop van Utrecht.
In de loop van de 16de eeuw raakte het volk van Nederland in de ban van de Reformatie en het Calvinisme. De roep om herstel van oude rechten en vrijheden werd tevens een roep om godsdienstvrijheid. Graaf Hendrik van Brederode (1531-1569) - een hoveling te Brussel - sloot zich aan bij de Protestanten. Hij werd één van de initiatiefnemers van het "Eedverbond der Edelen" (1566), door de regentes Margaretha van Parma afgedaan als "gueux" (bedelaars). Daarop werd Hendrik van Brederode bekend als de "Grote Geus".
Veel Nederlandse edelen tekenden het Eedverbond (ook: Compromis) der Edelen. Ook de massa's in de steden stelden zich achter Van Brederode en zijn Geuzen op. Met de leuze "Vivent les Gueux" begon de Beeldenstorm in augustus 1566; de start van de Nederlandse Opstand. Tijdens de Spaanse repressie die volgde, koos Van Brederode voor het gewapende verzet. Willem van Oranje - een gewiekste "politique" - had een behoedzamere koers voor ogen en trok zijn steun aan hem in.
Willem van Oranje had in zijn secretaris Filips Marnix van Sint Aldegonde een bekwame propagandist, die o.a. de tekst van het geuzenlied "Wilhelmus van Nassouwe" (1568) schreef. De daarin opgehemelde "Vader des Vaderlands" heeft uiteindelijk toch de leiding van de Opstand op zich genomen ( in 1572), die uitmondde in de Republiek der Nederlanden. De "Grote Geus" graaf Hendrik van Brederode, heer van Vianen, stierf in ballingschap in Westfalen in 1569, diep ontgoocheld, na de prins van Oranje uit zijn testament te hebben geschrapt.
Zie ook: Republiek der Nederlanden | Unie van Utrecht 1579 (Eerste Confederale Grondwet van Nederland) | Plakkaat van Verlatinghe 1581 | Staatsregeling 1798 | Grondwet voor de Vereenigde Nederlanden 1814 | Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden 1848 | Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden 1917 | Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden 1983
"Op zulke en dergelijke wijzen, landgenoten, zijn onze Prinsen van Oranje, net als alle andere koningen en vorsten van Europa, aan hun grote macht gekomen, en ik zou wel een heel boek kunnen schrijven als ik U al de geweldenarijen van die erfonderdrukkers der Bataafse vrijheid zou willen beschrijven."
Joan Derk van der Capellen tot den Pol


Historiepenning Eerste Statenvergadering in de Bataafsche Republiek (1796)
| top |